Met behulp van dit stappenplan leer je zelf hoe je een wand kunt betegelen.

Overzichtstekening wand:
wand-betegelen

TIP!

Breng accenten in je tegelwerk door op verschillende plaatsen in de wand een afwijkende ‘strooitegel’ te plaatsen

1

Zorg dat de ondergrond vlak en schoon is. Verwijder behang en loszittende verf en vul scheuren en gaten op met vulmiddel.
Gebruik een voorstijkmiddel, zeker bij een gipsplaten ondergrond. Laat dit 24 uur drogen. Bevestig een lat met behulp van enkele stalen spijkers op de muur, op ongeveer één tegelhoogte vanaf de vloer. Sla de spijkers niet helemaal in de lat, zodat je ze later gemakkelijk kunt verwijderen zorgt dat de lat waterpas loopt.

TIP!

Met de juiste lijmsoort kun je tegels direct over bestaande tegels heen lijmen. Dat scheelt een hoop hak- en breekwerk.

2

Meet de breedte van de wand en zet in het midden een streepje. Trek een verticale lijn precies op het midden van de wand op de plaats van het streepje. Bevestig langs die lijn eventueel ook een lat op de muur met spijkers.

TIP!

Neem niet de bestaande muren, de vloer of het plafond als uitgangspunt want deze lopen zelden helemaal recht.

TIP!

Tegel vanuit het midden van de wand naar de hoeken toe. In de hoeken kunt je de tegels dan op maat afsnijden.

3

Tegels lijmen: schep tegellijm met een kleine troffel op de lijmkam. Druk de lijmkam stevig tegen de muur en trek hem in horizontale richting, zodat er banen lijm op de muur achterblijven.

4

Breng per keer niet meer dan 1 m2 lijm aan, want de lijm droogt snel.

5

Duw de eerste tegel strak in de hoek van de twee latten. Druk hem stevig aan.

TIP!

Neem steeds een tegel uit een ander doosje. Eventuele kleine kleurverschillen vallen dan minder op.

6

Druk op de hoeken een voegkruisje in de lijm. Breng de volgende tegel aan en duw hem strak tegen de voegkruisjes aan. Breng dan de volgende tegel aan. Verwijder overtollige lijmresten direct met een vochtige spons. Verwijder de latten en betegel de rest van de muur op dezelfde wijze.

TIP!

Controleer regelmatig of de tegels recht lopen en allemaal recht boven elkaar zitten. Zolang de lijm nog niet droog is, kun je de tegels nog wat verschuiven.

TIP!

Voorzie tegels die iets te diep liggen van meer tegellijm zodat ze meer naar voren komen.

TIP!

Controleer of de voegkruisjes niet boven de tegel uitsteken. Duw ze zonodig dieper in de lijm, zodat ze na het voegen onzichtbaar zijn.

TIP!

Met de juiste lijmsoort kun je tegels direct over bestaande tegels heen lijmen. Dat scheelt een hoop hak- en breekwerk.

7

Kort de tegels in de lengte of in breedte in met behulp van een tegelsnijder. Teken daarvoor de afmeting op de tegel af met viltstift en hou daarbij rekening met de voegbreedte. Leg de tegel in de tegelsnijder. Duw het mesje enkele malen over de tegel totdat er een krasje in het glazuur ontstaat.

8

Breek de tegel langs de ontstane lijn door.

TIP!

Zorg ervoor dat de afgesneden kant in de hoek komt. Let er dus op dat je de tegel op de juiste manier aftekent.

9

Hoef je maar enkele tegels op maat te maken dan volstaat een tegelsnijtang en heb je geen tegelsnijder nodig. Trek de tegel tussen de rubberen wieltjes door zodat het mesje een kras in het glazuur maakt. Breek de tegel met behulp van een tegeltang.

10

Breek kleine hoekjes en randjes voorzichtig af met behulp van een knabbeltang. Vijl de randen zonodig bij met een tegelvijl.

11

Gebruik voor het maken van nauwkeurige vormen een tegelzaag.

12

Gebruik voor het aftekenen van lastige vormen (bijvoorbeeld de ronding van een wastafel) een profielmal. Druk de mal tegen het voorwerp aan en zorg dat de pennen de vorm zoveel mogelijk volgen. Teken de vorm af op de tegel.

13

Teken voor een leidingdoorvoer de plaats van de leiding op de tegel af. Snij de tegel door ter hoogte van het midden van het afgetekende gat. Zaag het gat in beide tegelhelften uit met een tegelzaag. Lijm beide helften om de leiding heen op de muur.

TIP!

Maak het gat in de tegel(wand) voor de leidingdoorvoer iets te ruim zodat de leiding kan uitzetten.

14

Tegels voegen:
Als de tegellijm na 24 uur volledig is uitgehard, kun je de tegels voegen. Je kunt kiezen uit kant-en-klaar voegmiddel of voegmiddel in poedervorm dat je moet aanmaken met water (zie hiervoor de gebruiksaanwijzing op de verpakking). Veeg het voegmiddel met een rubberen spaan over de muur, in een diagonale beweging. Druk het stevig in de voegen. Werk in een hoog tempo, want voegmiddel hardt snel uit.

TIP!

De voegkruisjes kun je laten zitten, die worden door het voegmiddel afgedekt.

15

Verwijder restanten voegmiddel op de tegels voorzichtig met een natte spons. Pas wel op dat je het voegmiddel niet weer uit de voegen veegt. Laat het voegmiddel opdrogen en wrijf de waas weg die op de tegels is achtergebleven.

16

Met behulp van een voegpen kun je een profiel in de voegen trekken. Wacht hiermee tot de voegen half zijn uitgehard.

17

Veeg de tegels na het uitharden van de voegen nogmaals na met een droge doek. Maak alle staande naden in hoeken waterdicht met behulp van sanitairkit.

18

Bij buitenhoeken maakt het verschil of de glazuurlaag van de tegels wel of niet aan de zijkant doorloopt. Is de zijkant van de tegels niet geglazuurd, breng dan een hoekstrip aan en leg de tegels daar tegenaan.

19

Is de zijkant wel geglazuurd, dan kun je de tegels door laten lopen tot aan de rand.